ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3193
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens verschoonbare termijnoverschrijding bij hoger beroep in socialezekerheidszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage behandeld. Het hogerberoepschrift was niet tijdig ingediend, omdat de aangetekende brief met de uitspraak niet werd afgehaald. De rechtbank had vervolgens een afschrift van de uitspraak per gewone brief verzonden, met een onduidelijke vermelding over de aanvang van de hogerberoepstermijn.
Appellante mocht op grond van deze onduidelijke informatie aannemen dat de termijn opnieuw was begonnen, waardoor zij haar hoger beroep binnen zes weken na de gewone brief heeft ingediend. De Raad oordeelde dat de overschrijding van de termijn verschoonbaar was vanwege deze onduidelijkheid.
De Raad beveelt aan dat rechtbanken bij het opnieuw toezenden van een afschrift van een uitspraak duidelijk vermelden dat de hogerberoepstermijn niet opnieuw begint. Het verzet van appellante wordt gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.