ECLI:NL:CRVB:2012:BW8771

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3864 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht afgewezen

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde dat het college van burgemeester en wethouders van Groningen onterecht zijn verzoek om bijzondere bijstand voor de betaling van het griffierecht had afgewezen en dat dit het niet betalen van het griffierecht zou verontschuldigen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vraag of het college terecht de bijzondere bijstand had geweigerd niet aan de orde was in deze procedure. Het enkele feit dat de aanvraag was afgewezen, vormde geen grond om te concluderen dat appellant niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht.

Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/3864 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 21 juni 2011, 10/498 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)
Datum uitspraak: 19 juni 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 21 februari 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen voornoemde uitspraak van de Raad verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 8 mei 2012. Partijen zijn, zoals vooraf bericht, niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 21 februari 2012 berust hierop dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat de Raad het hoger beroep ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Er is naar de mening van appellant sprake van een onjuist besluit van het college van 1 december 2011 waarbij zijn verzoek om bijzondere bijstand voor de betaling van griffierecht is afgewezen. Volgens appellant had de Raad dit besluit moeten vernietigen en zelf in de zaak moeten voorzien. Appellant stelt dat in die zin sprake is van omstandigheden die het verschoonbaar maken dat het griffierecht niet is betaald.
De Raad volgt appellant hierin niet. In deze procedure is de vraag of het college de aanvraag van appellant om bijzondere bijstand voor de betaling van het griffierecht al dan niet terecht heeft afgewezen niet aan de orde. Voorts levert het enkele feit dat deze aanvraag is afgewezen geen grond op voor het oordeel dat het achterwege blijven van betaling van het griffierecht niet aan appellant kan worden verweten. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest. Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2012.
(get.) C. van Viegen
(get.) A.C. Oomkens
ew