ECLI:NL:CRVB:2012:BW8771
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant stelde dat het college van burgemeester en wethouders van Groningen onterecht zijn verzoek om bijzondere bijstand voor de betaling van het griffierecht had afgewezen en dat dit het niet betalen van het griffierecht zou verontschuldigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vraag of het college terecht de bijzondere bijstand had geweigerd niet aan de orde was in deze procedure. Het enkele feit dat de aanvraag was afgewezen, vormde geen grond om te concluderen dat appellant niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht.
Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.