ECLI:NL:CRVB:2012:BW8813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 1 september 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijk verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig standpunt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij aanzienlijk meer beperkt was dan uit het medisch standpunt bleek en verwees naar de neuroloog E.S. Louwerse. Tevens wees hij op een later besluit waarbij hem per 7 december 2007 weer een uitkering van 80-100% werd toegekend, zonder aanwijzingen dat hij tussen 1 september en 7 december minder arbeidsongeschikt was geweest.
De Raad oordeelde echter dat het bestreden besluit op een deugdelijk medisch standpunt berust en dat appellant geen nieuwe relevante gegevens had aangeleverd. Het latere besluit betrof een ander tijdstip en een nieuw onderzoek, wat niet betekent dat het eerdere besluit onjuist was. Ook was appellant volgens de Raad in staat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te vervullen.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier H.L. Schoor.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.