ECLI:NL:CRVB:2012:BW8940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om FPS aanstelling fase 2 na BBT-aanstelling bij Defensie
Appellant was vanaf 22 augustus 2005 voor zes jaar aangesteld als militair met een BBT-aanstelling binnen de Koninklijke Luchtmacht, bestemd voor de functiegroep Chauffeurs. Na invoering van het Flexibel Personeelssysteem (FPS) per 1 januari 2008, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen fasen 1, 2 (beide bepaalde tijd) en 3 (onbepaalde tijd), verzocht appellant op 8 maart 2010 om na afloop van zijn BBT-aanstelling in aanmerking te komen voor een FPS aanstelling fase 2. Dit verzoek werd door de minister afgewezen wegens het ontbreken van formatieve ruimte binnen de categorie Chauffeurs.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het beleid van de minister niet onredelijk was en dat het ontbreken van formatieve ruimte terecht werd aangenomen. Appellant stelde in hoger beroep dat hij wel procesbelang had en dat het zoekgebied voor formatieve ruimte defensiebreed had moeten zijn, en dat de afwijzing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur.
De Raad volgde de minister niet in het standpunt dat appellant geen procesbelang meer had, aangezien het verzoek om FPS aanstelling en het daarop volgende ontslag nauw met elkaar samenhingen. De Raad oordeelde dat de minister niet verplicht was het verzoek defensiebreed te bezien en achtte het gebrek aan formatieve ruimte binnen de functiegroep Chauffeurs niet onaannemelijk. Tevens werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel en verbod op willekeur verworpen omdat verschillen in formatieve ruimte tussen krijgsmachtonderdelen niet tot strijd met deze beginselen leiden.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek van appellant om na afloop van zijn BBT-aanstelling in aanmerking te komen voor een FPS aanstelling fase 2 wordt afgewezen wegens gebrek aan formatieve ruimte.