ECLI:NL:CRVB:2012:BW9082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na beëindiging re-integratie
Appellante had een WAO-uitkering toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Deze was bij besluit van 12 april 2007 herzien naar 15 tot 25%, waartegen appellante bezwaar maakte en in beroep ging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Later stelde het UWV dat onvoldoende functies beschikbaar waren, waardoor de uitkering per 1 mei 2007 weer werd vastgesteld op 80 tot 100%. Appellante trok daarop haar hoger beroep in.
Daarnaast had het UWV een re-integratievisie toegezonden, waartegen appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde ook dit beroep ongegrond. In hoger beroep stelde het UWV dat de re-integratie definitief was beëindigd en betwijfelde het procesbelang van appellante.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is voor inhoudelijke beoordeling en dat dit ontbreekt nu de re-integratie is beëindigd. Het verzoek om proceskostenveroordeling was onvoldoende om het procesbelang te herstellen. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na beëindiging van de re-integratie.