ECLI:NL:CRVB:2012:BW9091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- M. Greebe
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vergoeding inkomensschade na herbeoordeling WAO-uitkering
Betrokkene ontving in 2002 een WAO-uitkering met een initiële arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Binnen het eerste jaar na toekenning heeft het UWV driemaal de mate van arbeidsongeschiktheid herbeoordeeld en de uitkering verlaagd. In 2004 vond nog een herbeoordeling plaats die door het UWV als een eerstejaarsherbeoordeling werd aangemerkt, hoewel deze meer dan een jaar na de toekenning plaatsvond.
Betrokkene stelde dat deze herbeoordeling te laat was verricht, waardoor hij inkomensschade had geleden omdat de verhoging van zijn WAO-uitkering pas inging nadat zijn arbeidsovereenkomst was geëindigd. De rechtbank oordeelde dat het UWV de beoordeling te laat had verricht en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de herbeoordelingen binnen de wettelijke termijnen waren uitgevoerd en dat de latere herbeoordeling in 2004 niet als te laat kon worden beschouwd. De door betrokkene gestelde inkomensschade was niet het gevolg van een onrechtmatig of te laat genomen besluit. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten, handhaafde de rechtsgevolgen van het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van inkomensschade wegens vermeende te late herbeoordeling van de WAO-uitkering wordt afgewezen.