ECLI:NL:CRVB:2012:BW9163
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van hangend hoger beroep
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam en verzocht om een voorlopige voorziening. De Centrale Raad van Beroep heeft echter bij een eerdere uitspraak geoordeeld dat zij zich onbevoegd verklaart om kennis te nemen van het ingestelde hoger beroep.
Door deze uitspraak in de bodemprocedure is niet langer voldaan aan de voorwaarde dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn om een voorlopige voorziening te kunnen treffen. Hoewel het voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, moet het hoger beroep nog steeds aanhangig zijn op het moment van het verzoek.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek af zonder zitting. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep niet langer aanhangig is.