ECLI:NL:CRVB:2012:BW9808
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- H. Bolt
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met motiveringsgebrek
Appellant, die sinds 2003 arbeidsongeschikt is, verzocht om een herziening van zijn WAO-uitkering. Het UWV had zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 15 en 25%, maar gebruikte daarbij onterecht het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (aSB) in plaats van het oude Schattingsbesluit (oSB). Hierdoor was sprake van een motiveringsgebrek in het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak en het bestreden besluit vanwege het motiveringsgebrek. Het UWV onderbouwde echter dat de gebruikte functies in voldoende mate voorkwamen en dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist was vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige rapportages voldoende onderbouwing boden dat appellant geschikt was voor de geselecteerde functies binnen zijn belastbaarheid. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit konden daarom in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.