ECLI:NL:CRVB:2012:BX0245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor laatst verrichte werk
Appellante was laatst werkzaam als chrysantenpluizer toen zij zich op 1 september 2009 ziek meldde met hoofdpijn- en nekklachten. Het UWV besloot op 13 november 2009 haar ziekengeld te beëindigen omdat zij vanaf 16 november 2009 geschikt werd geacht voor haar laatst verrichte werk. Na bezwaar verklaarde het UWV dit besluit op 18 januari 2010 ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de belasting van haar werk haar belastbaarheid te boven gaat, vooral door regelmatig bukken en buigen die haar nekklachten verergeren. Zij overhandigde aanvullende medische informatie van haar huisarts. De Raad beoordeelde het medisch onderzoek als zorgvuldig en de conclusie dat zij geschikt is voor haar functie als chrysantenpluizer als juist. Diverse medische rapporten bevestigen dat haar beperkingen niet zodanig zijn dat zij haar werk niet kan verrichten.
De Raad overwoog dat volgens artikel 19 Ziektewet Pro recht op ziekengeld bestaat bij ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte. De Raad zag geen reden het medisch onderzoek of de uitkomst daarvan te betwisten en bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de Ziektewetuitkering terecht beëindigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt is voor haar laatst verrichte werk.