ECLI:NL:CRVB:2012:BX0511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.G. Treffers
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim na weigering passende werkzaamheden te hervatten
Appellant, werkzaam als objectbeveiliger bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, viel in augustus 2006 uit wegens psychische klachten en verrichtte sindsdien alleen aangepaste werkzaamheden. De bedrijfsarts concludeerde in juli 2009 dat appellant in staat was passende arbeid te verrichten en moest meewerken aan re-integratie.
Ondanks meerdere oproepen en een dienstopdracht van de minister om uiterlijk 24 augustus 2009 het werk te hervatten, bleef appellant afwezig zonder medische rechtvaardiging. Het UWV onderschreef de medische beoordeling dat het aangeboden werk passend was. De minister legde daarom op 22 oktober 2009 ontslag op wegens plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het ontslag ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant zich eigenmachtig aan zijn verplichtingen had onttrokken, dat het ontslag niet disproportioneel was en dat het aanvragen van een deskundigenoordeel geen schorsing van de dienstopdracht veroorzaakte.
De Raad vond verder dat appellant onvoldoende inspanningen had verricht voor re-integratie sinds zijn uitval in 2006 en dat eerdere disciplinaire maatregelen niet aan het ontslag in de weg stonden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens plichtsverzuim wordt bevestigd omdat appellant de passende werkzaamheden niet hervatte ondanks medische geschiktheid.