ECLI:NL:CRVB:2012:BX0589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV, waarbij het UWV later een nieuw besluit nam dat geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten en wettelijke rente.
De Raad stelde vast dat het nieuwe besluit van 2 maart 2012 volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Op grond van de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet kon de Raad het UWV veroordelen tot vergoeding van schade en kosten.
De Raad wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €1.555,90, te betalen aan de griffier van de Raad. De vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV vorderen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten van €1.555,90 na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.