ECLI:NL:CRVB:2012:BX0601
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering Wet WIA-voorschotten bij volledige arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellant, werkzaam als dozenvouwer, vroeg een Wet WIA-uitkering aan na uitval wegens hart- en psychische klachten. Het UWV kende hem een voorschot toe, maar stelde later vast dat hij bij aanvang van de verzekering al volledig arbeidsongeschikt was. Daarom werd de uitkering geweigerd en de betaalde voorschotten teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat het UWV op grond van de wet verplicht was tot terugvordering en dat er geen strijd was met rechtszekerheid of gewekte verwachtingen. Appellant voerde hoger beroep aan tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht handelde bij de terugvordering, mede omdat appellant vooraf was geïnformeerd over het voorwaardelijke karakter van de voorschotten en de mogelijkheid tot terugvordering. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien, aangezien appellant geen concrete gegevens over onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen had aangevoerd.
De Raad wees erop dat appellant een betalingsregeling kan treffen met het UWV rekening houdend met zijn draagkracht en beslagvrije voet. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van de betaalde Wet WIA-voorschotten wordt bevestigd.