ECLI:NL:CRVB:2012:BX0612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 12 april 2011 waarin hem per 28 februari 2011 geen WIA-uitkering werd toegekend wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Dit bezwaar werd bij besluit van 27 juni 2011 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer beperkingen ondervindt dan door het UWV is vastgesteld en dat hij niet in staat is zijn eigen werk en de aan de schatting ten grondslag gelegde functies te verrichten. Tevens verzocht hij om benoeming van een deskundige. De Raad overwoog dat de gronden die appellant aanvoerde reeds in eerdere procedures waren besproken en dat appellant niet had toegelicht waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn.
De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor een urenbeperking of verminderde beschikbaarheid. De Raad wees het verzoek om een deskundige af omdat er geen twijfel bestond over de juistheid en volledigheid van de medische situatie en beperkingen van appellant. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.