ECLI:NL:CRVB:2012:BX1001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten na beëindiging bijstand
Appellant, een vreemdeling met een verblijfsvergunning onder de pardonregeling, ontving algemene bijstand tot 1 januari 2009. Na beëindiging van de bijstand verhuisde hij naar een nieuwe woning en vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten. Het college wees deze aanvraag af omdat de verhuiskosten niet als noodzakelijke kosten volgens artikel 35, eerste lid, WWB konden worden aangemerkt.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij als tijdelijk adresloze werd beschouwd en de aangeboden woning niet kon weigeren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de verhuizing niet noodzakelijk was, mede omdat appellant de bijstand al niet meer ontving bij het moment van aanvraag.
Verder stelde de Raad dat het college terecht geen bijzondere bijstand verleende, omdat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden en appellant vragen had kunnen stellen over de acceptatieplicht van de woning. De Raad concludeerde dat het beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuiskosten omdat de verhuizing niet noodzakelijk was en de aanvraag na beëindiging van de bijstand is ingediend.