ECLI:NL:CRVB:2012:BX1009

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-250 ONBEK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 18 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Centrale Raad van Beroep tot kennisneming hoger beroep tegen uitspraak rechtbank op grond van artikel 8:54 Awb

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarbij de rechtbank zich onbevoegd verklaarde kennis te nemen van het beroepschrift gericht tegen brieven van Interpay Nederland B.V. uit 2004 en 2005.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet, tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht geen hoger beroep kan worden ingesteld. Hierdoor acht de Raad zich kennelijk onbevoegd om het ingestelde hoger beroep te behandelen.

De Raad besluit daarom zonder verder onderzoek het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.A. Kooijman en griffier P.N. Rijnsewijn op 10 juli 2012.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het beroep af.

Uitspraak

12/250 ONBEK
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2009, 07/4289 (aangevallen uitspraak).
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de besloten vennootschap Interpay Nederland B.V. (Interpay)
Datum uitspraak: 10 juli 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak, waarbij met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is beslist dat de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van het beroepschrift van appellant gericht tegen de brieven van Interpay van 29 november 2004, 16 augustus 2005, 4 september 2005, 25 oktober 2005 en 9 april 2006.
OVERWEGINGEN
In artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
De Raad acht zich derhalve kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2012.
(getekend) J.J.A. Kooijman
(getekend) P.N. Rijnsewijn
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
HD