ECLI:NL:CRVB:2012:BX1205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning WAO-uitkering met meer dan één jaar terugwerkende kracht
Appellante was sinds 1991 werkzaam als lerares en intern begeleidster, met een geleidelijke vermindering van haar arbeidsuren door gezondheidsklachten. Vanaf februari 2004 viel zij uit wegens een acute psychose. Na een aanvraag WIA-uitkering in 2005 kreeg zij met ingang van januari 2006 recht op een uitkering. Het UWV stelde een onderzoek in naar een mogelijke eerdere arbeidsongeschiktheid (medische afzakker) en kende haar per april 2008 een WAO-uitkering toe met ingang van november 2004.
Appellante maakte bezwaar tegen de beperkte terugwerkende kracht, stellende dat zij door haar psychische aandoening niet eerder een aanvraag kon indienen. Het UWV en de rechtbank oordeelden dat er geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 35, tweede lid, WAO. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, stellende dat uit medische gegevens uit 1997 bleek dat appellante zich toen al ziek had gemeld en gesprekken had met de bedrijfsarts, waardoor zij redelijkerwijs eerder inzicht had kunnen hebben in haar arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat de medische situatie appellante niet verhinderde om eerder een aanvraag in te dienen en dat zij in staat was haar belangen tijdig te behartigen. Daarom is de weigering van toekenning met meer dan één jaar terugwerkende kracht gerechtvaardigd. De Raad bevestigde het bestreden vonnis van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen bijzonder geval is voor toekenning van WAO-uitkering met meer dan één jaar terugwerkende kracht.