ECLI:NL:CRVB:2012:BX1244
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo
Appellante, geboren in 1935 in Nederlands-Indië, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Deze aanvragen werden vanaf 1988 tot en met 2011 afgewezen omdat niet was gebleken dat zij direct getroffen was door een handeling of maatregel in de zin van artikel 2 Wubo Pro.
In latere procedures werd ook het seksueel misbruik tijdens de Bersiap-periode betrokken, maar dit werd niet als grond voor toekenning erkend. In 2011 diende appellante opnieuw een aanvraag in, die werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd zoals vereist op grond van artikel 4:6 Awb Pro.
Ter zitting verklaarde appellante dat zij uit piëteit met haar moeder het seksueel misbruik niet eerder had gemeld, maar dit kon niet in de beoordeling worden betrokken. De Raad oordeelde dat appellante een nieuwe aanvraag moet indienen met verificatie van deze gebeurtenis. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herhaalde aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt gehandhaafd.