ECLI:NL:CRVB:2012:BX1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het verlies van recht op ziekengeld wegens herstel arbeidsgeschiktheid
Appellant was werkzaam als montagemedewerker (slotenmaker) en meldde zich ziek na een val van zijn fiets met rugklachten en later psychische klachten. Het UWV besloot per 11 juni 2010 het recht op ziekengeld te beëindigen omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, mede op basis van een rapport van een door de rechtbank ingeschakelde verzekeringsarts die fysieke en psychische beperkingen vaststelde, maar oordeelde dat appellant zijn werk toch kon verrichten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was en dat het rapport van de deskundige niet betrouwbaar was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de deskundige zorgvuldig onderzoek had verricht, rekening houdend met recente medische gegevens en beperkingen, en dat appellant geen bewijs had geleverd van zwaardere beperkingen.
De Raad volgde de rechtbank en het UWV en bevestigde dat appellant op de datum in geding in staat was zijn arbeid te verrichten, waardoor het recht op ziekengeld terecht was beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld per 11 juni 2010 wordt bevestigd als beëindigd.