ECLI:NL:CRVB:2012:BX1891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning bijzondere bijstand en gebruik van verstrekte gelden
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten verbonden aan een nieuwe huurwoning. Het college verleende deze bijstand deels om niet en deels als geldlening, omdat appellant een bedrag van € 750,-- dat hij van Plangroep had ontvangen niet voor het beoogde doel had besteed.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij het geld wel verantwoord had besteed, maar kon dit niet aannemelijk maken. Hij gebruikte het bedrag van € 750,-- volgens eigen verklaringen deels voor huur en levensonderhoud, niet voor de woning.
De Raad oordeelde dat het college terecht bijzondere bijstand tot € 750,-- als geldlening had toegekend vanwege het tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. De subsidiaire vordering om volledige bijzondere bijstand om niet toe te kennen faalde omdat appellant zijn precaire financiële situatie niet aannemelijk had gemaakt. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijzondere bijstand wordt deels als geldlening toegekend vanwege niet-besteding van het bedrag aan het beoogde doel.