ECLI:NL:CRVB:2012:BX2005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering na herbeoordeling zelfstandige uren
Appellant kreeg een WW-uitkering die het UWV herzag en terugvorderde wegens vermeende onjuiste opgave van gewerkte uren als zelfstandige over de periode 2002-2006. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat hij minder uren had gewerkt dan aangenomen.
Na een onderzoek van de Nationale Ombudsman en een herbeoordeling door een toetsingscommissie ZZP, nam het UWV een nieuw besluit waarbij de terugvordering werd verlaagd. De Centrale Raad van Beroep vernietigde de eerdere besluiten en verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.
De Raad oordeelde dat het UWV het aantal uren redelijk mocht schatten, dat appellant onvoldoende bewijs leverde voor zijn lagere urenopgave en dat het beleid uit de ZZP-handleiding op consistente wijze was toegepast. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.