ECLI:NL:CRVB:2012:BX2198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Betrokkene had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een geschil met het UWV. De Raad had het onderzoek heropend om een nadere uitspraak te doen over een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Partijen bereikten overeenstemming over het bedrag van de schadevergoeding, waarna betrokkene het verzoek introk en tegelijkertijd de Staat en het UWV verzocht te veroordelen in de proceskosten. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
Op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet veroordeelde de Raad de Staat en het UWV ieder in de proceskosten van appellant, begroot op €109, vanwege de behandeling van het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden ieder veroordeeld in de proceskosten van €109,- na intrekking van het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.