ECLI:NL:CRVB:2012:BX2510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor noodzakelijke bestaanskosten jongmeerderjarige met Wajong-uitkering
Appellante, geboren in 1990 en ontvanger van een Wajong-uitkering, diende op 15 september 2009 een aanvraag in voor bijzondere bijstand wegens hogere kosten van het bestaan. Het college van burgemeester en wethouders van Venlo wees deze aanvraag op 15 december 2009 af, een besluit dat in bezwaar werd gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. Zij stelde dat zij onvoldoende inkomsten had om in haar dagelijkse levensonderhoud te voorzien. De Centrale Raad van Beroep onderzocht de aanvraagperiode van 15 september tot 15 december 2009 en bevestigde dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid op de aanvrager rust.
De Raad oordeelde dat het college een adequaat onderzoek had verricht naar de noodzakelijke bestaanskosten en dat appellante met haar Wajong-uitkering en ontvangen toeslagen in haar kosten kan voorzien. Het college hield terecht rekening met het beslagvrije voetprincipe en de werkelijke energiekosten. Appellante had onvoldoende gemotiveerd waarom het leefgeld van €40 per week niet toereikend zou zijn. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand is afgewezen omdat appellante voldoende in haar noodzakelijke bestaanskosten kan voorzien.