ECLI:NL:CRVB:2012:BX2516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel van berekening WIA-uitkering door meetellen arbeidsperiode bij Philips-Duphar
Appellant, die zowel in Nederland als Duitsland heeft gewerkt, ontving een Duitse invaliditeitsuitkering en een Nederlandse WIA-uitkering. Het UWV berekende de WIA-uitkering op basis van de Verordening (EEG) nr. 1408/71, waarbij een periode van arbeid in Nederland bij Philips-Duphar niet werd meegeteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij van 1963 tot 1967 bij Philips-Duphar in loondienst was. Hij overlegde bewijsstukken waaruit blijkt dat hij voltijds werkte en loon ontving, ondanks het ontbreken van bankafschriften.
De Raad oordeelde dat de arbeidsperiode van 1 augustus 1964 tot en met 31 oktober 1967 meetelt als tijdvak van arbeid in loondienst en dat het UWV deze periode ten onrechte niet had meegenomen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het UWV op het gebrek binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het UWV moet de arbeidsperiode bij Philips-Duphar meetellen bij de berekening van de WIA-uitkering en het besluit herstellen.