ECLI:NL:CRVB:2012:BX2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding bijstandsnorm
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf februari 2008 en begon in mei 2008 met een parttime baan als beveiliger. De Commissie Sociale Zekerheid trok de bijstand in per 1 juni 2008 omdat het inkomen van appellante hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm. Tevens werd de bijstand over de periode 12 tot en met 31 mei 2008 teruggevorderd.
Appellante voerde aan dat zij niet aan de voorwaarden voor intrekking voldeed, dat het bezwaar tegen de terugvordering ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. De Raad oordeelde dat het inkomen van appellante vanaf juni 2008 inderdaad hoger was dan de norm, en dat het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit van 2 september 2008 te laat was ingediend zonder verschoonbare reden.
De Raad verwierp de stelling dat de bezwaartermijn pas op 19 september 2008 was gaan lopen en bevestigde dat het besluit van 2 september 2008 ook de intrekking over mei 2008 omvatte. Hierdoor was het bezwaar niet-ontvankelijk. De vraag naar dringende redenen voor terugvordering bleef onbesproken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en de terugvordering worden bevestigd; het hoger beroep wordt afgewezen.