ECLI:NL:CRVB:2012:BX2740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand sinds september 2005. Na melding dat zij een auto op haar naam had staan, stelde het college vast dat zij vermogen had dat de vermogensgrens overschreed en trok de bijstand over de periode mei tot december 2007 in, met terugvordering van de gemaakte kosten.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, oordeelde dat appellante niet redelijkerwijs hoefde te begrijpen dat zij het bezit van de auto moest melden, maar bevestigde de intrekking van de bijstand. In hoger beroep betoogde appellante dat de auto eigendom was van haar zus en zwager en dat er dringende redenen waren om terugvordering te vermijden.
De Raad oordeelde dat de auto geacht wordt tot haar vermogen te behoren, omdat het kenteken op haar naam stond en zij het gebruik en de betalingen niet overtuigend kon weerleggen. Er waren geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot schadevergoeding werd geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het bezit van een auto die het vermogen overschrijdt zonder dringende redenen om van terugvordering af te zien.