ECLI:NL:CRVB:2012:BX2803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.G. Treffers
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bevordering adjudant-onderofficier met terugwerkende kracht
Appellant verzocht om bevordering naar de naasthogere rang van adjudant-onderofficier met terugwerkende kracht tot 1 maart 2000. Dit verzoek werd aanvankelijk afgewezen en na bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die herziening rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, maar nuanceert de toetsing door onderscheid te maken tussen de periode voorafgaand aan het verzoek en de periode daarna. Voor het verleden geldt een terughoudende toetsing op basis van nieuwe feiten, voor de toekomst een minder terughoudende belangenafweging. Voor het verleden zijn geen nieuwe feiten gesteld, en voor de toekomst is de weigering gegrond omdat appellant geen coördinerende taken vervulde zoals in andere districten, waardoor het gelijkheidsbeginsel niet tot bevordering leidt.
Daarnaast is vastgesteld dat de procedure ruim zeven jaar duurde, wat aanleiding geeft tot een vermoeden van overschrijding van de redelijke termijn. De Raad opent het onderzoek voor een nadere uitspraak over een mogelijk schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding en betrekt de minister van Veiligheid en Justitie als partij in die procedure.
De afwijzing van het verzoek tot bevordering blijft in stand, en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om bevordering naar adjudant-onderofficier met terugwerkende kracht wordt afgewezen en afwijzing wordt bevestigd.