ECLI:NL:CRVB:2011:BU2140
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugwerkende bevordering militair naar eerste luitenant
Appellante, militair met de rang van adjudant-onderofficier, werd per 1 januari 2007 geplaatst in een burgerfunctie EOAT, schaal 9, na het vervallen van haar oude functie. Zij verzocht om terugwerkende bevordering tot eerste luitenant, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond, en ook in hoger beroep werd dit bevestigd.
De Raad overwoog dat het plaatsingsbesluit geen rangvermelding bevatte, waardoor appellante's rang ongewijzigd bleef. Bij duuraanspraken wordt onderscheid gemaakt tussen toetsing van het verleden en de toekomst; voor het verleden is herziening alleen mogelijk bij nieuwe feiten of omstandigheden, die hier niet aanwezig waren.
Voor de toekomst is het niet onredelijk dat de minister het verzoek afwees, omdat appellante een burgerfunctie kreeg toegewezen zonder hogere militaire rang. De functiebeschrijving van EOAT werd aangepast aan het niveau van haar eerdere functie en militaire rang, en dit besluit is onherroepelijk. Het protest van appellante tegen de aanpassing en de latere schriftelijke vastlegging daarvan doet hieraan niet af.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens wees de Raad een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het verzoek van appellante om met terugwerkende kracht bevorderd te worden tot eerste luitenant wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.