ECLI:NL:CRVB:2012:BX3185

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1215 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 WWBArt. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing beroep tegen langdurigheidstoeslag 2010 na toekenning

Appellant diende een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag over 2010, welke aanvankelijk werd afgewezen omdat hij al toeslag over 2009 had ontvangen. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar niet-ontvankelijk, maar bij een nieuw besluit werd alsnog de toeslag over 2010 toegekend.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk omdat het nieuwe besluit op bezwaar volledig tegemoet kwam aan de bezwaren van appellant, waardoor een procesbelang ontbrak. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de toekenning onredelijk laat was, wat hem betalingsproblemen bezorgde.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De Raad benadrukte dat zonder verzoek om schadevergoeding wegens vertraging het belang bij verdere beoordeling ontbreekt.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

11/1215 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 januari 2011, 10/4896 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Datum uitspraak 31 juli 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. D. van der Wal, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2012. Appellant is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Carter.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant heeft op 14 mei 2010 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag als bedoeld in artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 30 juli 2010 heeft het college deze aanvraag afgewezen op de grond dat aan appellant al een langdurigheidstoeslag over 2009 is toegekend.
1.2. Bij besluit van 20 september 2010 (bestreden besluit 1) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 30 juli 2010 niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft daartoe overwogen dat het besluit van 30 juli 2010 van informatieve aard was en dat voor appellant een processueel belang ontbreekt om zijn bezwaarschrift te handhaven.
1.3. Appellant heeft beroep ingesteld tegen bestreden besluit 1. Uit het beroepschrift heeft het college geconcludeerd dat appellant een langdurigheidstoeslag over het jaar 2010 wenste te ontvangen. Bij besluit van 10 november 2010 (bestreden besluit 2) heeft het college het bezwaar van appellant alsnog gegrond verklaard en langdurigheidstoeslag over 2010 toegekend ter hoogte van € 360,--.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen. Het college is met het nieuwe besluit op bezwaar volledig tegemoet gekomen aan de bezwaren van appellant. Aan appellant is immers een langdurigheidstoeslag over het jaar 2010 toegekend. Appellant kan niet méér bewerkstelligen dan wat hij met het instellen van zijn beroep heeft beoogd. Het beroep van appellant wordt dan ook, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet geacht mede te zijn gericht tegen bestreden besluit 2. Nu gesteld noch gebleken is dat appellant nog een belang heeft bij een beoordeling van zijn beroep tegen bestreden besluit 1, moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft daarbij aangevoerd dat het college reeds bij besluit van 20 september 2010 de langdurigheidstoeslag over 2010 had kunnen toekennen. Nu het college dit pas heeft gedaan bij besluit van 10 november 2010 heeft dit onbillijk lang geduurd. Als de langdurigheidstoeslag eerder was toegekend had appellant zijn meest essentiële betalingsverplichtingen in een eerder stadium kunnen voldoen.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De rechtbank heeft bij brief van 12 november 2010 aan mr. Van der Wal verzocht om te reageren op bestreden besluit 2. Daarop is geen reactie gekomen. Mr. Van der Wal heeft alleen daags voor de zitting van 21 december 2010 gemeld dat hij en zijn cliënt niet zullen verschijnen en heeft verzocht om de zaak buiten hun afwezigheid af te doen. Nu geen verzoek om schadevergoeding is ingediend vanwege de vertraging in de betaling van een geldsom heeft de rechtbank op goede gronden aangenomen dat bestreden besluit 2 volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet komt, zodat een procesbelang ontbreekt.
4.2. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2012.
(getekend) A.B.J. van der Ham
(getekend) J.T.P. Pot
RB