ECLI:NL:CRVB:2012:BX3389

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-1818 WIA-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende beperking beroepsmatig autorijden

Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV wees dit verzoek af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV de ernst van zijn klachten en de gevolgen van zijn medicatie, die het reactievermogen beïnvloedt, niet juist had meegewogen. De Raad oordeelde dat de Functionele MogelijkhedenLijst (FML) een beperking ten aanzien van beroepsmatig autorijden moet bevatten.

De Raad stelde vast dat het medicijngebruik van appellant vanaf 7 februari 2011 invloed heeft op zijn rijvaardigheid, hetgeen onvoldoende was meegenomen in de beoordeling. De functies van besteller en bezorger, waarbij autorijden vereist is, kunnen daarom niet aan de schatting ten grondslag worden gelegd. Het bestreden besluit is daarmee in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en komt voor vernietiging in aanmerking.

Het UWV krijgt de opdracht om binnen zes weken de FML aan te passen en zo mogelijk andere functies aan te wijzen die passen binnen de mogelijkheden van appellant. Deze tussenuitspraak is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende rekening houden met beperkingen door medicatie.

Uitspraak

12/1818 WIA-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2012, 11/4225 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: mr. I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: R. Baas
Ter zitting op 20 juli 2012 zijn verschenen: [appellant] en zijn gemachtigde
mr. A.A. Bouwman, en mr. J. Koning namens het Uwv
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op binnen zes weken na verzending van dit proces verbaal het gebrek in het bestreden besluit te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Bij besluit van 3 februari 2011 heeft het Uwv geweigerd appellant per 29 maart 2011 in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolgde de Wet werk en inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet Wia) omdat appellant per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht.
2. Bij besluit van 20 juli 2011 (het bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 3 februari 2011 ongegrond verklaard.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
4. In hoger beroep heeft appellant onder meer aangevoerd dat het Uwv de zwaarte van zijn klachten en de gevolgen van de medicatie die hij gebruikt heeft miskend. Hij is niet in staat de geduide functies te verrichten. Appellant gebruikt zware medicijnen tegen de pijn die het reactievermogen kunnen beïnvloeden. Er zijn twee functies geselecteerd waarbij appellant werkzaamheden als chauffeur moet verrichten. Door zijn medicijngebruik kan hij deze functies niet verrichten.
5. De Raad is van oordeel dat in de Functionele MogelijkhedenLijst (FML) tevens een beperking dient te worden opgenomen ten aanzien van beroepsmatig autorijden. De ene bezwaarverzekeringsarts van het Uwv heeft in zijn rapport van 9 februari/16 maart 2012 beargumenteerd dat, gelet op de gebruikte medicatie en de richtlijnen van het CBR, appellant hiervoor aanvullend beperkt is te achten. De andere bezwaarverzekeringsarts van het Uwv heeft in zijn rapporten van 5 april 2012 en 9 mei 2012 aangegeven dat daarvoor onvoldoende reden is. Laatstgenoemde is in zijn rapport van 9 mei 2012 uitgegaan van de veronderstelling dat appellant op de datum in geding geen medicatie gebruikte. Uit de gedingstukken blijkt echter dat appellant vanaf 7 februari 2011 wel degelijk medicatie gebruikte die het reactievermogen kan beïnvloeden. De functies besteller post/pakketten (auto) (SBC 282102) en bezorger pakketten, tijdschriften e.d. (auto) (SBC 111230), kunnen vanwege het medicijngebruik van appellant, dan ook niet aan de schatting ten grondslag gelegd worden op de in geding zijnde datum van 29 maart 2011. Het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
6. Het Uwv wordt in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van zes weken na verzending van dit proces verbaal de FML aan te passen en (zo mogelijk) andere functies te duiden die passen binnen de mogelijkheden van appellant.
Waarvan proces-verbaal.
de griffier de voorzitter
(getekend) J.R. Baas (getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen
JL