ECLI:NL:CRVB:2012:BX3389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende beperking beroepsmatig autorijden
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV wees dit verzoek af omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het UWV de ernst van zijn klachten en de gevolgen van zijn medicatie, die het reactievermogen beïnvloedt, niet juist had meegewogen. De Raad oordeelde dat de Functionele MogelijkhedenLijst (FML) een beperking ten aanzien van beroepsmatig autorijden moet bevatten.
De Raad stelde vast dat het medicijngebruik van appellant vanaf 7 februari 2011 invloed heeft op zijn rijvaardigheid, hetgeen onvoldoende was meegenomen in de beoordeling. De functies van besteller en bezorger, waarbij autorijden vereist is, kunnen daarom niet aan de schatting ten grondslag worden gelegd. Het bestreden besluit is daarmee in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en komt voor vernietiging in aanmerking.
Het UWV krijgt de opdracht om binnen zes weken de FML aan te passen en zo mogelijk andere functies aan te wijzen die passen binnen de mogelijkheden van appellant. Deze tussenuitspraak is in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende rekening houden met beperkingen door medicatie.