ECLI:NL:CRVB:2012:BX3422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- J.J.A. Kooijman
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering na vrijwillig beëindigingsverzoek appellant
Appellant ontving sinds 2001 bijstand en heeft op 7 januari 2010 tijdens een gesprek met medewerkers van de Dienst Inwonerszaken meegedeeld geen uitkering meer te willen ontvangen. Hij ondertekende vervolgens een verklaring waarin hij zijn bijstand per die datum wenste te beëindigen. Het college trok daarop de bijstand met ingang van die datum in.
Appellant voerde aan dat hij de Nederlandse taal onvoldoende machtig was en onder druk had gehandeld, waardoor hij zijn verklaring niet begreep. De Raad oordeelde echter dat appellant de taal voldoende beheerst en dat er geen onaanvaardbare druk was. Bovendien was er voldoende tijd voor bezinning tussen het telefoongesprek en het ondertekenen van de verklaring.
De rechtbank had het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak. Het college had het bezwaar terecht afgewezen en de motivering van het besluit was voldoende. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.