ECLI:NL:CRVB:2012:BX3599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening besluit studiefinanciering wegens systeemfout en afwijzing compensatie
Appellante had aanvankelijk studiefinanciering toegekend gekregen met ingang van 1 september 2008, maar de Minister stelde later vast dat dit op basis van een systeemfout was gebeurd. Appellante verzocht om compensatie voor het niet kunnen gebruiken van de OV-studentenkaart, maar dit verzoek werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de Minister terecht het recht op studiefinanciering had herzien op grond van artikel 7.1, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet studiefinanciering 2000. De rechtbank vond dat appellante niet kon vertrouwen op een recht op studiefinanciering, omdat er geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen waren gedaan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat de Minister bevoegd was het besluit te herzien en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Omdat appellante geen recht heeft op studiefinanciering, komt zij ook niet in aanmerking voor compensatie voor het niet kunnen gebruiken van de reisvoorziening.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellante heeft geen recht op studiefinanciering en compensatie.