ECLI:NL:CRVB:2012:BX3625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- M.S.E. Wulfraat - van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellant, voormalig machinebediende, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens rugklachten. Na herbeoordeling door een psychiater en verzekeringsarts werd de uitkering ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De bezwaarverzekeringsarts paste beperkingen aan, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking vanwege een onjuiste medische grondslag, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het UWV de beperkingen had aangepast. De deskundige achtte appellant in staat de voorgestelde functies te verrichten, ondanks beperkingen in emotionele omgang.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de deskundige onvoldoende rekening hield met contact met de behandelend psychiater en dat de arbeidskundige beoordeling tekort schoot. De Raad volgde de deskundige en de rechtbank, oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende was en wees het hoger beroep af.
De uitspraak bevestigt de vernietiging van het bestreden besluit, handhaaft de rechtsgevolgen en benadrukt het uitgangspunt dat de conclusies van door de bestuursrechter ingeschakelde deskundigen in beginsel gevolgd dienen te worden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vernietiging van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd met in stand blijvende rechtsgevolgen.