ECLI:NL:CRVB:2012:BX3708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van juiste toepassing anticumulatieregels bij WAO- en WAZ-uitkeringen
In deze zaak stond de toepassing van anticumulatieregels tussen WAO- en WAZ-uitkeringen centraal. Appellant betwistte dat na de inwerkingtreding van artikel VII van de Wet Inga een nieuw WAO-recht was ontstaan dat naast de WAZ-uitkering tot uitbetaling moest leiden. De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat de samenloopregels van vóór 1 januari 1998 van toepassing zijn.
De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en bevestigde dat voor de voortgezette toepassing van artikel 84a van de WAO de situatie geldt zoals die bestond de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet Inga. Appellant was op die datum vrijwillig verzekerd voor de WAO, waardoor anticumulatie op basis van artikel 84a diende te blijven gelden. Hierdoor was de uitbetaling van WAO-uitkering van 16 juli 2006 tot 18 juni 2008 ten onrechte naast de WAZ-uitkering geschied.
De Raad wees ook op het inzicht dat toepassing van de nieuwe anticumulatieregeling niet leidt tot een hogere bruto uitkering dan de oude regeling. Het verzoek van appellant om inzicht in toekomstige anticumulatie valt buiten de reikwijdte van het geding. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep van appellant werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.