ECLI:NL:CRVB:2012:BX3803

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-2793 ONBEK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 18 BeroepswetArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken aanhangig hoger beroep

Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak en vervolgens een verzoek gedaan om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep heeft bij een eerdere uitspraak geoordeeld dat de Raad onbevoegd was omdat niet langer voldaan was aan de voorwaarde dat er een hoger beroep aanhangig moest zijn.

Hoewel het voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, moet dit hoger beroep wel aanhangig zijn op het moment van de aanvraag. Omdat dit niet het geval was, is het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.

De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door J.J.A. Kooijman, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, en uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2012.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen hoger beroep meer aanhangig is.

Uitspraak

12/2793 ONBEK
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Uitspraak inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet in het geding tussen:
Partijen:
[Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
de besloten vennootschap [naam B.V.]
Datum uitspraak 7 augustus 2012.
PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft bij brief van 10 januari 2012 hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Voorts heeft verzoeker bij brief van 14 mei 2012 de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verzocht een voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
OVERWEGINGEN
Ingevolge het bepaalde in artikel 18 en Pro artikel 21 van Pro de Beroepswet in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep bij de Raad is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Verzoeker heeft bij brief van 14 mei 2012 verzocht een dergelijke voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 10 juli 2012, nummer 12/250 ONBEK, heeft de Raad zich onbevoegd verklaard.
Gegeven deze uitspraak in de bodemprocedure wordt geoordeeld dat niet langer is voldaan aan de voorwaarde dat met betrekking tot de uitspraak ten aanzien waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd hoger beroep is ingesteld. Hoewel voor de bevoegdheid van de voorzieningenrechter van de Raad tot het treffen van een voorlopige voorziening voldoende is dat er op enig moment hoger beroep is ingesteld, dient deze voorwaarde aldus te worden verstaan dat er een hoger beroep aanhangig moet zijn, wil er een voorlopige voorziening kunnen worden getroffen.
Het vorenstaande leidt ertoe dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen kennelijk niet-ontvankelijk moet worden verklaard onder toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat tenslotte geen aanleiding.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep verklaart het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2012.
(getekend) J.J.A. Kooijman
(getekend) P.N. Rijnsewijn
RK