ECLI:NL:CRVB:2012:BX3872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen de bijstand aan appellante introk en terugvorderde wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met appellant zonder melding daarvan. De Raad oordeelt dat de onderzoeksbevindingen, waaronder verklaringen van appellant aan sociaal rechercheurs en getuigenverklaringen, voldoende grondslag bieden voor het standpunt dat appellanten hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning.
De Raad weegt mee dat de door appellanten overgelegde medische en persoonlijke verklaringen onvoldoende overtuigend zijn om het standpunt van het college te weerleggen. Ook het feit dat appellante tijdelijk in een psychiatrische inrichting verbleef, leidt niet tot het oordeel dat zij haar woonstede heeft prijsgegeven. De subjectieve motieven en gevoelens van appellanten bij het voeren van een gezamenlijke huishouding zijn juridisch irrelevant.
Verder oordeelt de Raad dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden, ondanks haar psychische gesteldheid, aangezien zij in staat was haar belangen te laten behartigen. Het college was daarom bevoegd de bijstand over de periode in kwestie in te trekken en de kosten terug te vorderen. Een verzoek om herziening van de bijstand naar gehuwdennorm wordt buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.