ECLI:NL:CRVB:2012:BX4040
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens tijdige aanvraag bijzondere bijstand voor griffierechtbetaling
Appellante had binnen de eerste termijn voor betaling van het griffierecht, via haar bewindvoerder, bij het college bijzondere bijstand aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag ingewilligd en het griffierecht van €112,- overgemaakt op de beheerrekening van de bewindvoerder. De bewindvoerder betaalde het griffierecht echter pas bijna acht weken later, buiten de tweede termijn.
De Raad oordeelde aanvankelijk dat het griffierecht niet tijdig was betaald en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellante stelde verzet in tegen deze uitspraak. Na beoordeling concludeerde de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet verweten kan worden dat het griffierecht niet tijdig is betaald, omdat zij tijdig bijzondere bijstand had aangevraagd.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van 27 maart 2012 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er zijn geen kosten aangetroffen die tot een proceskostenveroordeling in het verzet leiden.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt.