ECLI:NL:CRVB:2012:BX4040

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-7282 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens tijdige aanvraag bijzondere bijstand voor griffierechtbetaling

Appellante had binnen de eerste termijn voor betaling van het griffierecht, via haar bewindvoerder, bij het college bijzondere bijstand aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag ingewilligd en het griffierecht van €112,- overgemaakt op de beheerrekening van de bewindvoerder. De bewindvoerder betaalde het griffierecht echter pas bijna acht weken later, buiten de tweede termijn.

De Raad oordeelde aanvankelijk dat het griffierecht niet tijdig was betaald en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellante stelde verzet in tegen deze uitspraak. Na beoordeling concludeerde de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet verweten kan worden dat het griffierecht niet tijdig is betaald, omdat zij tijdig bijzondere bijstand had aangevraagd.

Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van 27 maart 2012 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er zijn geen kosten aangetroffen die tot een proceskostenveroordeling in het verzet leiden.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt.

Uitspraak

11/7282 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 30 november 2011, 10/8723 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Delft (college)
Datum uitspraak 8 augustus 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 27 maart 2012 heeft de Raad het door appellante tegen de aangevallen uitspraak ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 27 maart 2012 heeft appellante verzet gedaan.
Bij brief van 25 juni 2012 heeft het college de bij brief van 21 juni 2012 door de Raad gestelde vragen beantwoord.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 27 maart 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet tijdig is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken:
-dat appellante (ruimschoots) binnen de voor de betaling van het griffierecht gestelde (eerste) termijn, door tussenkomst van haar bewindvoerder (Stichting CAV te Rijswijk), bij het college bijzondere bijstand heeft aangevraagd;
-dat het college de aanvraag heeft ingewilligd en het bedrag van € 112,- heeft overgemaakt op de (beheer)rekening van de bewindvoerder;
-dat de bewindvoerder pas bijna acht weken daarna, en daarmee buiten de (tweede) daarvoor gestelde termijn, het griffierecht heeft betaald.
In deze omstandigheden kan appellante niet worden verweten dat het griffierecht niet tijdig is betaald.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van
27 maart 2012 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Van kosten waarop een veroordeling in de proceskosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
TM