ECLI:NL:CRVB:2012:BX4336
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening herleving AOW-pensioen wegens onvoldoende spoedeisend belang
Verzoeker, geboren in 1938, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf die ten uitvoer moet worden gelegd. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) beëindigde het AOW-pensioen van verzoeker per 1 november 2011. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze beëindiging gegrond en vernietigde het besluit, waarna de Svb hoger beroep instelde.
Verzoeker vroeg vervolgens een voorlopige voorziening om de schorsende werking van het hoger beroep op te heffen en het AOW-pensioen over de periode november 2011 tot en met juni 2012 te laten herleven. Hij stelde dat hij en zijn echtgenote in een acute financiële noodsituatie verkeerden door het wegvallen van het pensioen en dat zijn medische toestand hem verhinderde om zich te melden voor de tenuitvoerlegging van de straf.
De Raad oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zijn financiële situatie niet had kunnen voorkomen door zich te melden bij justitiële autoriteiten. Ook was niet aannemelijk dat zijn medische toestand hem verhinderde naar Nederland te reizen. De overgelegde financiële stukken waren onvoldoende om een acute noodsituatie aan te tonen. Daarom was geen spoedeisend belang aanwezig om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde verzoeker niet in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade namens de Centrale Raad van Beroep op 6 augustus 2012.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om het AOW-pensioen te laten herleven wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.