ECLI:NL:CRVB:2012:BX4402

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/6736 WWB-R + 10/6737 WWB-R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak Centrale Raad van Beroep over proces- en reiskosten

In deze uitspraak van 31 juli 2012 rectificeert de Centrale Raad van Beroep een eerdere uitspraak van 9 mei 2012 betreffende twee zaken (10/6736 WWB-R en 10/6737 WWB-R). De rectificatie betreft een kennelijke fout waarbij de reiskosten van appellanten ten onrechte niet waren meegenomen in de proceskostenveroordeling tegen het college van burgemeester en wethouders van Heerlen.

De gemachtigde van appellanten had de Raad gewezen op deze omissie, waarna het college de gelegenheid kreeg om hierop te reageren, maar geen bezwaar maakte tegen de rectificatie. De Raad stelde vast dat het college terecht veroordeeld was in de proceskosten, maar dat het bedrag met € 42,80 aan reiskosten moest worden verhoogd.

De rectificatie houdt in dat in de overwegingen en de beslissing van de oorspronkelijke uitspraak de reiskosten worden toegevoegd, waardoor het totaal van de proceskostenveroordeling stijgt van € 1.748,-- naar € 1.790,80. De uitspraak is openbaar gedaan en het gerectificeerde vonnis zal de oorspronkelijke uitspraak vervangen op rechtspraak.nl.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep rectificeert de proceskostenvergoeding door toevoeging van € 42,80 aan reiskosten ten gunste van appellanten.

Uitspraak

10/6736 WWB-R, 10/6737 WWB-R
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 9 mei 2012, 10/6736 en 10/6737
Partijen:
[appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden wonende te [woonplaats]
het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)
Datum uitspraak: 31 juli 2012
PROCESVERLOOP
De gemachtigde van appellanten, mr. S.V.A.Y. Dassen-Vranken, heeft de Raad bij brief van 14 mei 2012 gewezen op het feit dat de uitspraak van 9 mei 2012 wel een veroordeling bevat van het college in de proceskosten van appellanten, maar dat deze niet de reiskosten van appellanten omvat.
De Raad heeft het college bij brief van 13 juni 2012 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de - mogelijke – rectificatie van deze kennelijke fout. Hier heeft het college geen gebruik van gemaakt, waaruit afgeleid mag worden dat het college geen bezwaar heeft tegen de rectificatie.
OVERWEGINGEN
De Raad heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 9 mei 2012 het college weliswaar op goede gronden veroordeeld is in de proceskosten van appellanten, maar dat per vergissing bij de vaststelling van dit bedrag ten onrechte de reiskosten van appellanten niet zijn meegenomen. De juiste beslissing had moeten zijn dat het college ook in de reiskosten van appellanten tot een bedrag van € 42,80 wordt veroordeeld.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl en de oorspronkelijke uitspraak zal daaruit worden verwijderd. Het LJN-nummer van de gerectificeerde uitspraak zal gelijk zijn aan dat van de oorspronkelijke uitspraak.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 9 mei 2012, 10/6736 WWB en 10/6737 WWB als volgt:
In de rubriek ‘Overwegingen’ onder 5, wordt in de plaats van “Deze kosten worden begroot op € 874,-- in beroep en op € 874,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand” gelezen “Deze kosten worden begroot op € 874,-- in beroep en op € 874,-- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand en € 42,80 voor de reiskosten.”. In de rubriek ‘Beslissing’ wordt in de plaats van “veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 1.748,--, te betalen aan de griffier van de Raad” gelezen “veroordeelt het college in de proceskosten van appellanten tot een bedrag van € 1.790,80 waarvan een bedrag van € 42,80 te betalen aan appellanten en een bedrag van € 1.748,-- te betalen aan de griffier van de Raad’.
Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2012.
(getekend) O.L.H.W.I. Korte
(getekend) J. de Jong
HD
+B