ECLI:NL:CRVB:2012:BX4557
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onredelijke termijn en onbekwaamheid minderjarigen
Appellanten, vier minderjarige kinderen van ouders die bijstand ontvangen, vroegen bijstand aan nadat het college de bijstand van hun ouders had verlaagd. Het college nam niet tijdig een besluit op de aanvraag, waarop appellanten het college in gebreke stelden. Pas ruim zes maanden na de ingebrekestelling werd beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijke late indiening, mede gelet op de noodsituatie van appellanten en de duidelijke communicatie van het college dat geen besluit zou worden genomen. In hoger beroep betoogden appellanten dat het beroep niet onredelijk laat was en dat de eerste ingebrekestelling voortijdig was.
De Raad oordeelde dat appellanten 2, 3 en 4 minderjarig waren en niet werden vertegenwoordigd, waardoor zij onbekwaam waren om in rechte op te treden en hun beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het beroep van appellant 1 werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard vanwege de onredelijke late indiening, waarbij de Raad het oordeel van de rechtbank onderschreef. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van drie minderjarige appellanten wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de meerderjarige appellant wordt bevestigd als onredelijk laat ingediend.