ECLI:NL:CRVB:2012:BW6529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minderjarige afgewezen wegens onbekwaamheid in bestuursrechtelijke bijstandszaken
Appellant, een minderjarige van ruim vijftien jaar, had bijstand aangevraagd terwijl zijn wettelijke vertegenwoordigers in Suriname verbleven. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem stelde dat een minderjarige bij een aanvraag om bijstand vertegenwoordigd moet worden door een ouder of voogd. Appellant stelde dat hij zelfstandig hulp nodig had en dat het niet helpen in strijd was met het EVRM.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege onbekwaamheid van appellant om in rechte te staan. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen, mede gezien de verplichtingen die rusten op degene die bijstand ontvangt.
De Raad wees erop dat het EVRM niet in de weg staat aan deze beslissing, omdat een minderjarige in spoedeisende gevallen een voorlopige wettelijke vertegenwoordiger kan laten benoemen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard zonder veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minderjarige wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbekwaamheid om in rechte te staan.