ECLI:NL:CRVB:2012:BX4903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding terugvordering AOW wegens ontbreken dringende redenen
Appellant werd door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) aangesproken voor terugvordering van onverschuldigd betaalde AOW-pensioenen en toeslagen, met terugvorderingsbesluiten uit 2004 en 2006. Na bezwaar en beroep werd vastgesteld dat appellant gedeeltelijk had betaald, maar een restantbedrag bleef openstaan. De Svb stelde de aflossingscapaciteit vast en schortte de invordering tijdelijk op.
Appellant verzocht vervolgens om kwijtschelding van het resterende bedrag, stellende dat sprake was van dringende redenen zoals hoge leeftijd, ziekte en opname in een verzorgingshuis. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat dringende redenen alleen bij het initiële terugvorderingsbesluit kunnen worden meegewogen en dat deze omstandigheden niet nieuw of relevant waren ten tijde van de besluiten.
De Raad concludeerde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarden van het Besluit invordering boeten en onverschuldigd betaalde bedragen AOW, Anw en AKW. De verzoeken om kwijtschelding werden daarom terecht afgewezen. Er was geen aanleiding voor de Svb om van de terugvorderingsbesluiten terug te komen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen af.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de teruggevorderde AOW-bedragen wordt afgewezen wegens ontbreken van dringende redenen.