ECLI:NL:CRVB:2008:BF1891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde toeslag zonder nieuwe dringende redenen
Appellant werd geconfronteerd met een terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslagen over de periode 1994-2000. Na een gedeeltelijke vermindering van het terugvorderingsbedrag bleef het Uwv bij het standpunt dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien.
Appellant verzocht later opnieuw om af te zien van terugvordering wegens gewijzigde persoonlijke omstandigheden, waaronder ernstige ziekte van hemzelf en zijn echtgenote. Het Uwv wees dit verzoek af, stellende dat dringende redenen alleen bij het initiële terugvorderingsbesluit kunnen worden betrokken.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep bevestigden dit standpunt. De Raad oordeelde dat nieuwe dringende redenen na het initiële besluit alleen binnen het invorderingsproces kunnen worden beoordeeld, niet als zelfstandige grond voor kwijtschelding. Het verzoek om uitstel van hoorzitting werd eveneens afgewezen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling op te leggen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslag blijft gehandhaafd zonder nieuwe dringende redenen.