ECLI:NL:CRVB:2012:BX5156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante heeft op 12 februari 2009 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen wees deze aanvraag op 5 maart 2009 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 26 juni 2009.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Het geschil spitste zich toe op de vraag of appellante op 15 augustus 2005 over vermogen beschikte dat de geldende vermogensgrens overschreed.
De Raad oordeelde dat appellante in de periode van 15 augustus 2005 tot en met 30 juni 2008 vermogen had dat hoger was dan de toegestane grens volgens artikel 34, vierde lid, onder b, van de WWB. Omdat deze periode binnen de referteperiode van 60 maanden valt, voldoet appellante niet aan de voorwaarden voor de langdurigheidstoeslag. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen wegens overschrijding van de vermogensgrens in de referteperiode.