ECLI:NL:CRVB:2012:BX5312
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing adoptieverlof en adoptie-uitkering bij binnen het gezin geboren kind
Appellante is in 2005 getrouwd en haar partner is op 3 januari 2010 bevallen van een kind. Appellante heeft het kind geadopteerd en verzocht om adoptieverlof en een adoptie-uitkering op grond van de WAZO. Het UWV wees dit verzoek af omdat het kind binnen het gezin werd geboren en er geen sprake was van een gewenningsperiode zoals bedoeld in de wet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat de WAZO adoptie-uitkering en verlof alleen voorziet bij het opnemen van een kind van buiten het gezin. De situatie van appellante wordt gelijkgesteld aan die van een vader, die ook geen recht heeft op adoptieverlof voor een binnen het gezin geboren kind.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze uitleg. De Raad benadrukte dat het begrip adoptie in de WAZO dezelfde betekenis heeft als in het Burgerlijk Wetboek, maar dat het systeem van de WAZO onderscheid maakt tussen zwangerschaps- en bevallingsverlof en adoptieverlof. Het recht op adoptieverlof en uitkering geldt alleen bij adoptie van een kind van buiten het gezin, niet bij een kind dat binnen het gezin wordt geboren en vervolgens wordt geadopteerd.
De Raad bevestigde daarmee de bestreden uitspraak en wees het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot afwijzing van adoptieverlof en adoptie-uitkering wordt bevestigd.