ECLI:NL:CRVB:2012:BX5532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- M. Hillen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens onroerend goed in Marokko en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 1994 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit een onderzoek van de gemeente Breda bleek dat zij sinds 2002 eigenaar was van een kavel grond met huis in Marokko, met een waarde van circa €154.000, wat het vrij te laten vermogen overschrijdt.
De commissie Sociale Zekerheid van Breda trok daarom per 1 april 2009 de bijstand in en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Breda bevestigde dit besluit. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet economisch eigenaar was en dat de waarde van het onroerend goed betwist werd.
De Raad oordeelde dat het eigendomsregister als officieel bewijs geldt en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet redelijkerwijs over het onroerend goed kon beschikken. De formele betwisting van de waarde was onvoldoende om de conclusie te wijzigen dat het vermogen de grens overschreed. Tevens werd geoordeeld dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door het bezit niet te melden, waardoor de intrekking terecht was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens bezit van onroerend goed en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.