ECLI:NL:CRVB:2012:BX5542
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- M. Hillen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onroerende zaak in Marokko
Appellante ontving sinds 1994 bijstand op grond van de WWB. Uit een onderzoek van de afdeling Fraudebestrijding van de gemeente Breda bleek dat zij sinds 2002 eigenaar was van een kavel grond met huis in Berkane, Marokko. De waarde van het onroerend goed werd getaxeerd op circa €154.000.
De commissie Sociale Zekerheid van Breda trok daarom bij besluit van 23 juli 2009 de bijstand over de periode 18 juli 2002 tot en met 31 maart 2009 in en vorderde de kosten van €90.077,40 terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het eigendom van het onroerend goed in het officiële register voldoende bewijs is dat het vermogen van appellante omvatte. Haar stelling dat zij niet economisch eigenaar was en niet over het goed kon beschikken, werd niet aannemelijk gemaakt met objectieve en verifieerbare stukken. Tevens werd vastgesteld dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door het bezit niet te melden.
De Raad volgde het beleid van de commissie dat terugvordering standaard plaatsvindt tenzij dringende redenen worden aangetoond, wat hier niet het geval was. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens bezit van onroerend goed en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.