ECLI:NL:CRVB:2012:BX5664
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening en voorlopige voorziening inzake vaststellingsovereenkomst UWV
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 16 mei 2012 waarin was geoordeeld dat een vaststellingsovereenkomst met het UWV een volledige kwijting inhield voor de geleden schade, inclusief belastingschade.
De Raad heeft beoordeeld dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet nieuw zijn in de zin van artikel 8:88 Awb Pro, omdat deze ofwel reeds bekend waren, na de uitspraak zijn ontstaan, of geen aanleiding geven tot een andere uitspraak. De stukken van de Belastingdienst konden bovendien geen andere uitkomst rechtvaardigen omdat deze niet partij waren bij de overeenkomst.
Omdat de situatie zich leent voor onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak en er geen spoedeisend belang is, werd tevens het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
De Raad benadrukt dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Het verzoek wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek tot voorlopige voorziening worden afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.