ECLI:NL:CRVB:2012:BX5757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht herhaaldelijk om herziening van zijn WAO-uitkering, nadat het UWV eerder had vastgesteld dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was per 1 december 1989 en daarom geen recht had op uitkering. Diverse verzoeken tot herziening werden afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwees naar het ontbreken van nieuwe feiten. In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische verklaringen en medicatievoorschriften geen wezenlijk ander ziektebeeld lieten zien dan reeds bekend was sinds 1989.
De Raad bevestigde dat het UWV terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om zonder toepassing van artikel 4:5 Awb Pro het verzoek tot herziening af te wijzen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht weigert terug te komen op het eerdere besluit tot weigering van de WAO-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten.