ECLI:NL:CRVB:2012:BX5802

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3617 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad van 16 september 2011 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.

Appellant stelde in verzet dat hij het griffierecht contant had betaald en stuurde kopieën van een brief en een verzendbewijs mee. De Raad stelde echter vast dat geen van deze stukken was ontvangen en dat in de financiële administratie geen betaling was aangetroffen.

De Raad verzocht appellant om binnen zes weken nadere informatie te verstrekken over de verzending van de brief, maar appellant liet deze termijn voorbijgaan. De Raad concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die de eerdere uitspraak onjuist maakten.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond en zag geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven op 23 augustus 2012.

Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/3617 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 mei 2011, 10/5538 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 23 augustus 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 september 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - de Svb met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 16 september 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 25 juli 2011 gestelde (laatste) termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht bij brief van 18 augustus 2011 contant heeft betaald. Appellant heeft een kopie meegezonden van een brief van 15 augustus 2011 en een kopie van een verzendbewijs waaruit de aangetekende verzending zou moeten worden afgeleid.
Vaststaat dat bij de Raad geen brief van 15 dan wel 18 augustus 2011 is ontvangen. In de financiële administratie van de Raad is ook overigens geen door of namens appellant gedane betaling aangetroffen.
Bij brief van 29 december 2011 heeft de Raad appellant geadviseerd bij het postbedrijf in Marokko te informeren naar de verzending van zijn brief en hem verzocht de Raad binnen een termijn van zes weken te informeren. Appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
De Raad is van oordeel dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 16 september 2011 onjuist is.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
NW
DECISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 23 Août 2012.