ECLI:NL:CRVB:2012:BX5804

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-50 WAO-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in socialezekerheidszaak ongegrond verklaard

In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep. Het hoger beroep was niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn van vier weken had ingediend. Appellant stelde in het verzetschrift dat hij de aangetekende brief met de uitnodiging tot het indienen van de gronden niet had ontvangen.

De Raad stelde vast dat de brief correct was verzonden aan het juiste adres van appellant en dat de brief retour was gekomen met de vermelding “non reclamé” (niet afgehaald). Volgens vaste rechtspraak blijven de gevolgen van het niet afhalen van een poststuk voor rekening van de geadresseerde, tenzij sprake is van onjuiste of onduidelijke adressering. Omdat de adressering juist was, werd het verzet ongegrond verklaard.

De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 augustus 2012.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/50 WAO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2011, 11/3578 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 22 augustus 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 30 maart 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 30 maart 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 augustus 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 30 maart 2012 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 6 februari 2012 gestelde termijn van vier weken zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij de brief van de Raad van 6 januari 2012, waarbij appellant voor de eerste keer is uitgenodigd om de gronden van het hoger beroep in te dienen, en de brief van 6 februari 2012 niet heeft ontvangen.
De Raad stelt in de eerste plaats vast dat de brief van de Raad van 6 januari 2012 in dezelfde enveloppe is verzonden als de brief waarbij appellant is uitgenodigd tot betaling van het verschuldigde griffierecht. Appellant heeft aangegeven dat hij deze brief wel heeft ontvangen.
De Raad stelt verder vast dat de aangetekende brief van 6 februari 2012 bij de Raad retour is ontvangen. Door de Marokkaanse postbezorging is op de enveloppe vermeld “non reclamé” (niet afgehaald). Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad dienen de gevolgen van het niet afhalen van een poststuk voor rekening van de geadresseerde te blijven zolang niet vaststaat dat een onjuiste of onduidelijke adressering van dat stuk tot een onjuiste bezorging heeft geleid. Uit de gedingstukken blijkt dat de brief van 6 februari 2012 aan het - juiste - adres van appellant is gezonden.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2012.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
NW